Het Tremarapport – Rapport alimentatienormen

Tremarapport - Rapport alimentatienormen

Het Tremarapport – Rapport Alimentatienormen, voor het eerst gepubliceerd in 1979, heeft in de praktijk een ruime toepassing gevonden. In dit rapport zijn sindsdien de diverse aanbevelingen en rapporten die de werkgroep alimentatienormen van de NVvR (hierna: de werkgroep) in de loop van de jaren heeft gepubliceerd in één uitgave bijeengevoegd. Periodiek, zo mogelijk in januari en juli van ieder jaar, wordt daarvan een actuele versie gepubliceerd, laatstelijk in januari 2016.

Wijzigingen per 1 januari 2013
In december 2012 heeft een update van het volledige rapport plaatsgevonden, waarbij de beslissingen over veel van de punten waarbij in het vorige rapport ‘onder bewerking’ is vermeld, zijn verwerkt. Ook zijn redactionele wijzigingen verwerkt, zoals de volgorde van behandeling van kinder- en partneralimentatie. Verder zijn de volgende inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd:

  • de verwerking van het kindgebonden budget bij de vaststelling van de behoefte aan kinderalimentatie;
  • afstemming van de kinderalimentatie op de beslissing van de rechter-commissaris ingeval van toelating van een onderhoudsplichtige tot de wettelijke schuldsanering natuurlijke personen in verband met de uitspraak van de Hoge Raad van 18 november 2011 over de richtlijn van recofa;
  • de aanbeveling om de netto methode te reserveren voor gevallen waarin fiscale voordelen, bijtellingen, bezittingen die in box III worden belast of kindgerelateerde heffingskortingen geen rol spelen en de inkomsten uit dienstbetrekking lager zijn dan € 1.400 per maand bruto;
  • het laten vervallen van de aftrekbare kosten bij periodieke uitkeringen.
    Indien een berekening over een periode vóór inwerkingtreding van deze versie van het rapport wordt gemaakt, is het raadzaam ook het rapport te raadplegen dat in de desbetreffende periode gold.

Verder is de nieuwe regelgeving op het gebied van de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet verwerkt.

Na het verschijnen van de eerste versie van het rapport op 14 december 2012, is op 28 december 2012 een versie gepubliceerd met;

  • een voorbeeld ter verduidelijking van de wijze waarop het kindgebonden budget de behoefte vermindert (paragraaf 3.1);
  • een toevoeging over de aftrekbaarheid van restschulden na verkoop van de eigen woning (zie 82 en verder);
  • een toevoeging over de overgangsregeling voor de levensloopregeling.

Wijzigingen per 1 april 2013
De op 16 november 2012 aangenomen wijzigingen zijn verwerkt in deze versie van het rapport. Het gaat om:

  • de aanpassing van de berekening van de draagkracht voor de berekening van kinderalimentatie met behulp van een draagkrachttabel
  • de aangepaste verwerking van de zorg bij de verdeling van de kosten van de kinderen over de onderhoudsplichtigen (paragraaf 6.2)
  • de invoering van een aanvaardbaarheidstoets (paragraaf 7.2).

Voor de toepasselijke normen beveelt de expertgroep de volgende overgangsregeling aan. Als de ingangsdatum van de vaststelling of wijziging van de kinderalimentatie ligt:

  • vóór 1 januari 2013: draagkracht en behoefte berekenen volgens de oude rekenwijze;
  • tussen 1 jan 2013 – 1 april 2013: de behoefte berekenen volgens nieuwe rekenwijze (kgb in mindering op de behoefte) en de draagkracht volgens de oude rekenwijze (waarbij het kindgebonden budget dan niet als inkomen wordt beschouwd, zie het rapport versie 2013-1);
  • vanaf 1 april 2013: behoefte en draagkracht berekenen volgens de nieuwe rekenwijze.

De nieuwe rekenwijze is echter geen aanleiding om zonder wijziging van omstandigheden de nieuwe wijze van berekening toe te passen.

Redactionele aanpassing per 1 juli 2013
De expertgroep heeft het verzoek ontvangen om redactionele verduidelijking van het Rapport op enkele punten. Met deze versie wordt tegemoetgekomen aan dit verzoek. De aanpassingen zijn opgenomen in:

  • par. 3.1. Kinderalimentatie, onder a), b) en c);
  • par. 4.5. Draagkrachtberekening ten behoeve van kinderalimentatie onder het kopje Draagkracht;
  • par. 5.2.2. De invloed van de zorgregeling;
  • par. 5.4 5.4 Ingeval naast kinderalimentatie tevens partneralimentatie moet worden vastgesteld
  • post 9 Bijstandsnorm
  • post 74 (f) MKB-vrijstelling;
  • post 75 Privégebruik auto;
  • splitsing par. 7.2 in par. 7.2. en 7.3.

Deze aanpassingen zien niet op wijziging van de aanbevelingen en dienen alleen ter verduidelijking.

Verder is besloten, naar aanleiding van de uitspraak van de HR van 22 maart 2013 (BY7007) en omwille van de eenvoud, de aanbeveling om de verhoogde bijstandsnorm voor pensioengerechtigden niet toe te passen te laten vervallen. In plaats daarvan wordt aanbevolen om wel met de verhoogde norm rekening te houden. De wijziging is doorgevoerd in het rapport onder par. 4.3 en in de draagkrachttabel.

Wijzigingen per 1 januari 2014

Met het oog op verduidelijking zijn de volgende tekstuele aanpassingen doorgevoerd:

  • noot 8 (p. 16) is verplaatst naar het kopje van paragraaf 4.5 (p. 13);
  • paragraaf 5.2.2., vierde alinea, eerste regel (p. 16) is achter behoefte toegevoegd “(tabelbedrag, indien van toepassing verminderd met het kindgebonden budget)”;
  • in paragraaf 7.3. is categorie 4 (waarin voor toepassing werd verwezen naar paragraaf 7.2.) verwerkt in paragraaf 7.2., in welk verband ook de eerste zin is aangepast;
  • met invoeging van paragraaf 7.2.2. is verduidelijkt dat het in het geval van doorbetaling van lasten verbonden aan de niet bewoonde eigen woning tot de mogelijkheden behoort (‘kan’ 1e alinea paragraaf 7.2.1.) om bij beide partijen met de werkelijke eigen woonlast rekening te gehouden;
  • verplaatsing en samenvoeging van de voetnoten 17 en 18 naar paragraaf 7.1 (p. 48);
  • in de draagkrachttabel zijn de woorden minimumbijdragen vervangen door minimale draagkracht (conform de ongewijzigde tekst van het rapport op p. 14).
  • Vanwege wetswijzigingen zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd:
  • toelichting tabelbedragen (p. 14);
  • de omschrijving van de eigenwoningschuld (p. 36);
  • de aanpassing van de drempel voor het in aanmerking nemen van fiscaal voordeel kinderalimentatie (p. 13 en 46).

Wijzigingen per 1 juli 2014

Met het oog op verduidelijking zijn de volgende tekstuele aanpassingen doorgevoerd:

  • op pagina 8 laatste volledige alinea is in de eerste volzin de tekst “de tabelbedragen (naar boven toe) moeten worden bijgesteld” vervangen door “naast de tabelbedragen nog met bijzondere kosten rekening moet worden gehouden”;
  • op pagina 7 eerste alinea wordt aan de woorden “(uit arbeid, uitkering of vermogen)” “en/” toegevoegd voor het woord “of”;
  • op pagina 10 laatste alinea is het inkomensbegrip waarvan wordt uitgegaan aangepast en in overeenstemming gebracht met het inkomensbegrip voor de berekening van het netto gezinsinkomen voor de bepaling van de behoefte aan kinderalimentatie (p. 7);
  • op pagina 36 in het tekstblok over de willekeurige toerekening zijn de woorden “een verdiende partner” vervangen door “iemand die (wordt geacht) in zijn eigen levensonderhoud (te) voorzie(n)t”.
  • Vanwege te verwachten wetswijzigingen zijn de volgende aanpassingen doorgevoerd:
    de aanpassing in verband met het mogelijk afschaffen van het recht op fiscaal voordeel kinderalimentatie (p. 13 en 45).

Zoals altijd wordt aanbevolen kennis te nemen van het rapport ‘kosten van kinderen ten behoeve van vaststelling kinderalimentatie’ dat in 1994 voor het eerst is gepubliceerd en dat nog steeds relevant is.

Voor de toepasselijke normen ter berekening van kinderalimentatie beveelt de expertgroep de volgende overgangsregeling aan. Als de ingangsdatum van de vaststelling of wijziging van de kinderalimentatie ligt:

  • vóór 1 januari 2013: draagkracht en behoefte berekenen volgens de oude rekenwijze;
  • tussen 1 jan 2013 – 1 april 2013: de behoefte berekenen volgens nieuwe rekenwijze (kgb in mindering op de behoefte) en de draagkracht volgens de oude rekenwijze (waarbij het kindgebonden budget dan niet als inkomen wordt beschouwd, zie het rapport versie 2013-1);
  • vanaf 1 april 2013: behoefte en draagkracht berekenen volgens de nieuwe rekenwijze.

De nieuwe rekenwijze is echter geen aanleiding om zonder wijziging van omstandigheden de nieuwe wijze van berekening van kinderalimentatie toe te passen.

Rectificatie gemiddelde basishuur en post onvoorzien in normbedrag voor levensonderhoud:

In het Rapport Alimentatienormen 2014 versie juli (op pagina 14) en de daarbij behorende bijlage (op pagina’s 2, 6 en 9) is abusievelijk een onjuist bedrag voor de gemiddelde basishuur opgenomen. De correcte gemiddelde basishuur bedraagt sinds 1 januari 2014 (onveranderd) € 224,= en dient op de bewuste pagina’s te worden ingelezen. Verder is in het Rapport op pagina 14 ten onrechte onder de uitsplitsing van normbedrag € 860,= voor levensonderhoud een bedrag van € 49,= opgenomen voor onvoorziene uitgaven. Dit moet zijn € 46,=.

Eveneens wordt aanbevolen kennis te nemen van de nota alimentatie en winst uit onderneming, uitgekomen in 1996. De werkgroep heeft in november 1998 besloten deze voorlopige richtlijnen als definitieve te beschouwen.

Wijzigingen per 1 januari 2015

Met het oog op de afschaffing van het recht op fiscaal voordeel kinderalimentatie, de herziening van de kindregelingen en de gewijzigde fiscale regels voor pensioenopbouw alsmede ter verduidelijking zijn, naast kleinere aanpassingen van ondergeschikt belang, de volgende tekstuele aanpassingen doorgevoerd:

  • op pagina 7 is onder het kopje ‘terminologie’ bij de definitie van het kindgebonden budget na de woorden ‘maandelijkse bijdrage’ toegevoegd ‘(inclusief alleenstaande ouderkop)’;
  • op pagina 8 is onder het kopje ‘Het tabelbedrag’ de aanbeveling opgenomen over het in mindering strekken van het gehele kindgebonden budget (dus inclusief de alleenstaande ouderkop) op de behoefte van het kind;
  • op pagina 13 is ‘Wet Werk en Bijstand’ vervangen door ‘Participatiewet’; ook inhoudelijk is deze eerste alinea aan de participatiewet en de daarin opgenomen kostendelersnorm aangepast;
  • op pagina 15 is de opbouw van de redelijke kosten van levensonderhoud aangepast aan de cijfers van 2015;
  • op pagina 16 is het rekenvoorbeeld aangepast in verband met het afschaffen van de aftrek levensonderhoud kinderen;
  • op pagina 20 is het rekenvoorbeeld aangepast aan de cijfers van 2014/2;
  • op pagina 24 is ‘Wwb’ vervangen door ‘Participatiewet’;
  • op pagina 43 is nummer 119b toegevoegd in verband met de mogelijkheid tot netto pensioensparen;
  • op pagina 48 is paragraaf 7.1 laatste zin uitgebreid met de woorden ‘waarbij er in beginsel vanuit wordt gegaan dat de kostendelersnorm als bedoeld in artikel 22a Participatiewet niet voor hem geldt’; diezelfde zinsnede is toegevoegd op pagina 49, tweede opsommingspunt in paragraaf 7.3 en pagina 50, tweede opsommingspunt onder nummer 2;
  • op pagina 50 in de tweede alinea van paragraaf 7.4 is ‘Wwb-uitkering’ vervangen door ‘Participatiewet-uitkering’;
  • tot slot zij vermeld dat de passages waar in het rapport werd gesproken over het fiscaal voordeel in verband met de aftrek kosten kinderen ook zijn aangepast in verband met het afschaffen van dit fiscaal voordeel.

De draagkrachttabellen zijn aangepast aan de huidige normbedragen. Aanbevolen wordt om daarvan kennis te nemen.

Zoals altijd wordt aanbevolen kennis te nemen van het rapport ‘kosten van kinderen ten behoeve van vaststelling kinderalimentatie’ dat in 1994 voor het eerst is gepubliceerd en dat nog steeds relevant is.

Voor de toepasselijke normen ter berekening van kinderalimentatie beveelt de expertgroep de volgende overgangsregeling aan. Als de ingangsdatum van de vaststelling of wijziging van de kinderalimentatie ligt:

  • vóór 1 januari 2013: draagkracht en behoefte berekenen volgens de oude rekenwijze;
  • tussen 1 jan 2013 – 1 april 2013: de behoefte berekenen volgens nieuwe rekenwijze (kgb in mindering op de behoefte) en de draagkracht volgens de oude rekenwijze (waarbij het kindgebonden budget dan niet als inkomen wordt beschouwd, zie het rapport versie 2013-1);
  • vanaf 1 april 2013: behoefte en draagkracht berekenen volgens de nieuwe rekenwijze.

Rectificatie maximaal verzamelinkomen in verband met het kindgebonden budget:

In de bijlage bij het Rapport Alimentatienormen 2015 versie januari (op pagina 10) staat dat voor gezinnen met een verzamelinkomen tot € 19.767 het kindgebonden budget maximaal is en dat het kindgebonden budget vanaf dit inkomen met 6,75% wordt verminderd. Dit moet zijn een verzamelinkomen van € 19.463.

De nieuwe rekenwijze is echter geen aanleiding om zonder wijziging van omstandigheden de nieuwe wijze van berekening van kinderalimentatie toe te passen.

De invoering van de Wet hervorming kindregelingen kan wel aanleiding zijn om een wijzigingsverzoek levensonderhoud in te dienen.

De werkgroep alimentatienormen is – zoals gebruikelijk – collectief verantwoordelijk voor dit rapport. Het Tremarapport en de bijlagen kunt downloaden door te klikken op de link www.tremarapport.nl

Vragen of Advies over rechtspraak, berekeningen, draagkracht, behoefte berekeningen, partneralimentatie berekeningen, kinderalimentatie berekeningen zie tremanormen.nl

Share